Grafisch ontwerper Marcel had de kunstacademie gedaan en werkte als freelancer. Eigenlijk was hij liever als artdirector in vaste dienst gegaan bij een mooi tijdschrift, maar dat lukte niet. Dus schreef hij zich in bij de Kamer van Koophandel als eenmanszaak. Hij ging vol goede moed ontwerpen, want daar was hij goed in. Nu hij geen baas boven zich had, kon hij ook nog eens in alle vrijheid aan de slag, de dingen precies naar eigen smaak en inzicht doen. Opdrachtgevers beschouwde hij soms stiekem als een pain in the ass, als types die zonder smaak, inzicht en verstand van vormgeving onredelijke eisen konden stellen. Of gewoon niet zagen hoe bijzonder goed hij in zijn vak was.
Hij had weinig klussen, maar stilzitten deed hij niet. Terwijl de telefoon zweeg en de inbox leeg bleef, werkte hij hard aan zijn uitgebreide portfolio. Hij kon dag en nacht bezig zijn met het maken van prachtige ontwerpen. Zijn oude vrienden van de kunstacademie waren ervan onder de indruk, maar zijn werk was onbruikbaar voor de reclame- of bladenwereld. Hoewel hij veel tijd aan zijn portfolio besteedde, ging hij er slechts een of twee keer per jaar mee naar een potentiële opdrachtgever. Artdirectors en hoofdredacteuren vonden zijn werk allemaal goed, maar niemand belde terug. Een kennis bood aan om ‘ter promotie’ een website voor hem te bouwen, en maandenlang ging hij volledig op in dat project. Hij stopte de site vol met leuke vormgevershoogstandjes en zijn mooiste werk was online te bewonderen. Tot zijn verbazing leverde ook dat geen extra betaald werk op.

 

Toen Marcel mij tijdens een nieuwjaarsborrel over zijn misère vertelde, probeerde ik hem duidelijk te maken dat hij een veelvoorkomende denkfout maakte. Omdat hij zijn vak verstond, dacht hij dat het succes vanzelf zou komen. Maar zo werkt het niet.
‘Jij bent bezig werk te zoeken, terwijl je eigenlijk zou moeten beginnen met het opbouwen van je bedrijf,’ legde ik hem uit. Hij keek mij met een mengeling van verbazing en ontzetting aan. Alsof hij een zure vrucht uitspuugde, zei hij:
‘Een bedrijf?’
‘Ja, je gedraagt je nu als een werkloze die een baan zoekt. Maar als kleine zelfstandige heb je een bedrijf dat een product of dienst levert. Omdat je een bedrijf hebt, moet je als een ondernemer gaan denken. De bladen en bedrijven waar je voor wil werken, moet je als klanten gaan zien. Het werk dat je maakt, moet je zien als een product dat verkocht moet worden. Je moet nadenken over je langetermijnvisie, je missie, je merkidentiteit.’ Terwijl ik sprak, zag ik een misprijzend glimlachje om zijn lippen.
‘Oh ja, en wanneer moet ik dan vormgeven? In mijn vrije tijd?’
Ik adviseerde hem het boek E-myth, Why Most Small Businesses Don’t Work And What To Do About It te lezen. Daarin legt de Amerikaanse businessgoeroe Michael Gerber uit dat je als kleine zelfstandige slechts een derde van je tijd kunt besteden aan je eigenlijke vak. De rest van de tijd gaat zitten in het opbouwen en organiseren van je bedrijf. Volgens Gerber moet een kleine zelfstandige drie functies combineren: die van vakman, manager en ondernemer.

 

Als ondernemer werkt een kleine zelfstandige niet ín zijn bedrijf maar áán zijn bedrijf: hij stelt doelen, ontwikkelt een visie, denkt na over zijn toekomst, speurt naar mogelijkheden in de markt en zorgt zo dat zijn bedrijf floreert en groeit. Als ondernemer droomt hij over hoe zijn bedrijf er over vijf, tien en twintig jaar voor staat. De ondernemer in hem wil vooral dat het bedrijf zich ontwikkelt. En dat is meer dan alleen streven naar omzetstijging of kostenbesparingen. Een ondernemersgeest heeft alles te maken met creativiteit, inventiviteit en innovatie. De ondernemer in de zzp’er denkt na over hoe hij op een originele manier klanten kan werven. Hij stelt zichzelf de vraag: waarom zouden klanten hun geld uitgerekend aan mij willen besteden? Hij is de man die risico’s durft te nemen door nieuwe marketing- en verkoopstrategieën te proberen. Als ondernemer houdt hij zich niet met dagelijkse beslommeringen bezig, maar met de lange termijn. De blik van de ondernemer is altijd op de horizon gericht, hij is de dromer in de zzp’er.

 

 

‘Je zou dus de tijd moeten nemen om een koers voor je eenmanszaak uit te zetten,’ zei ik tegen Marcel. ‘Ga je je specialiseren in bladen, of in het ontwerpen van boekomslagen? Wil je excelleren als ontwerper van websites of wil je juist allround actief blijven? En kun jij je met een eigen stijl of benadering voldoende onderscheiden? Waarmee of hoe ga je mogelijke klanten verrassen? Is het je wens om altijd alleen te blijven werken, of droom je ervan over tien jaar drie dtp’ers in dienst te hebben?’
Als manager hoort de zzp’er de grootse plannen van de ondernemer hoofdschuddend aan en brengt die terug tot haalbare proporties. Hij zorgt dat het talent van de vakexpert en de visie van de ondernemer omgezet worden in concrete actie.
Als manager is de kleine zelfstandige degene die het bedrijf organiseert en zich met de dagelijkse beslommeringen bezighoudt. De manager zorgt dat er voldoende briefpapier is en de printer het doet, dat facturen de deur uit kunnen, btw-aangiftes op tijd worden gedaan, eventuele voorraden aangevuld worden en deadlines gehaald worden.
Marcel gaf direct toe dat dit soort vervelende klusjes de sluitpost van zijn werkweek vormden; alleen als de managerstaken zich hadden opgehoopt en echt geen uitstel duldden, als het papier op was juist op het moment dat hij iets wilde printen, als de btw-aangfite alleen nog de volgende dag ingeleverd mocht worden, pas dán kwam hij met tegenzin in actie.
De manager in de kleine zelfstandige doet het werk dat nu eenmaal gedaan moet worden, maar dat blijft liggen wanneer de creatieveling in hem in zijn werk opgaat, en wanneer de ondernemer in hem van een succesvolle toekomst droomt.
De manager regelt de afspraken, bewaakt de agenda, zorgt dat mensen teruggebeld worden. Hij analyseert wat er bij opdrachten misging en stelt de werkwijze bij. Hij optimaliseert de workflow en zorgt dat de bedrijfspresentatie in orde is. De manager is de pragmaticus binnen de eenmanszaak.

 

Als vakman maakt de zzp’er het product of voert hij de dienst uit. De grootste uitdaging van de vakman is ambachtelijk bezig zijn zonder zich te bekommeren om triviale zaken als de boekhouding en het op voorraad houden van de paperclips. De vakman doet precies waar Marcel dag in, dag uit vol vuur mee bezig was: opgaan in zijn vak, omdat dáár zijn belangrijkste talent en passie liggen. Omdat hij het liefst alleen maar met zijn vak bezig is, wil hij niet voor een baas werken. Hij wil zijn creativiteit de vrije loop laten, zonder verantwoording af te moeten leggen aan een werkgever die een andere kijk op de zaak heeft, zonder zo’n baas die om een steeds hogere productie vraagt.

 

Omdat hij zijn vak verstaat, denkt de vakman dat hij ook weet hoe hij daarmee succes kan hebben. En dat is volgens Michael Gerber de basisfout die de meeste kleine zelfstandigen maken. Dat is waarom veel eenmansbedrijfjes kwakkelen, of zelfs terminaal ziek zijn. Om succesvol te kunnen zijn als zzp’er, moet je behalve een goed vakman, ook een goede manager en ondernemer zijn. Voor die functies zul je ook tijd moeten uittrekken – veel tijd. Gerber hanteert zelfs de 1/3-1/3-1/3-regel: slechts een derde van je tijd kun je met je vak bezig zijn, de rest van de tijd gaat op aan je taken als manager en ondernemer. Hij richt zich in zijn boek op ondernemers in het midden- en kleinbedrijf en zijn 1/3-1/3-1/3-verdeling gaat voor de eenpitter in de creatieve sector misschien te ver. Waar het om gaat, is dat je voldoende tijd inruimt voor je taken als manager en ondernemer.
Voor de meeste creatievelingen is dit een moeilijke boodschap. Een ontwerper wil ontwerpen, een fotograaf wil fotograferen, een schrijver wordt gelukkig als hij schrijft. Kortom, creatieve vakmensen willen het liefst alleen maar datgene doen waar ze goed in zijn en waar hun passie ligt.
Maar het wordt nóg erger. Elk bedrijf heeft namelijk een verkoopafdeling en doet aan promotie. Iedereen begrijpt waarom: zonder verkopers en zonder reclamecampagnes zou niemand weten wie of wat Gucci, Volvo, Douwe Egberts of Nike is. En wat voor de grote bedrijven geldt, gaat ook voor jou op.
‘Zolang je niet structureel iets aan verkoop en promotie gaat doen, blijf je onzichtbaar,’ zei ik dan ook tegen Marcel. ‘Zolang niemand je ziet, heb je geen werk. Dus als creatieve zelfstandige zul je naast de vakman, de ondernemer en de manager nóg een plaatsje moeten inruimen, voor een goede verkoper.’ Het gezicht van Marcel had de kleur van grauw pakpapier gekregen. Ik zag dat hij zich met moeite had ingehouden, maar nu viel hij uit:
‘Ik ben grafisch ontwerper, geen tweedehandsautoverkoper! Wil je soms dat ik bij tijdschriftredacties de voet tussen de deur zet? Moet ik flyers gaan rondstrooien en reclamebureaus als een telemarketeer lastigvallen met bedeltelefoontjes? En denk je soms dat ik geld heb om mijn werk op billboards te zetten?’
De instinctieve weerzin van Marcel tegen alles dat naar verkopen ruikt, zie je bij de meeste creatievelingen. Dat is jammer, want als je naast een creatieve vakman óók een goede verkoper kunt zijn, gaat er een wereld voor je open. De verkoper in jou kan ervoor zorgen dat er geld binnenkomt en je heerlijk met je vak bezig kunt zijn en blijven. En omdat je creatief bent, is de kans groot dat er een rasverkoper in jou schuilgaat.

 

 Verder lezen?

Share